HET EERSTE FESTIVAL

22-08-2026

Vijftien jaar lang was een festival ondenkbaar.

Niet omdat ik festivals niet meer leuk vond. Niet omdat ik geen zin meer had om te dansen, mensen te ontmoeten of gewoon een dag volledig los te gaan. Maar omdat mijn lichaam en mijn immuunsysteem daar jarenlang simpelweg geen ruimte meer voor lieten.

En toen kwam Kamping Kitsch.

Een festival met 30 000 bezoekers.

Op papier zowat het tegenovergestelde van een veilige plek voor iemand zoals ik. En toch werd het uiteindelijk een van de dagen waarop ik mij in jaren het meest vrij heb gevoeld.

Niet omdat mijn ziekte die dag plots verdwenen was. Integendeel.

Ik droeg mijn fluo FFP2-mondmasker wanneer ik tussen de massa stond. Ik had mijn medicatie en alles wat ik nodig kon hebben vlakbij. Dankzij een parking dicht bij het terrein kon ik snel terug naar de auto wanneer dat nodig was. Via shortcuts kon ik grote mensenmassa's en onnodige afstanden vermijden. En backstage had ik een plek waar ik mij even uit alle drukte kon terugtrekken en rust kon nemen.

Het was precies die combinatie die het mogelijk maakte.

Ik kon verdwijnen wanneer mijn lichaam rust nodig had.

Maar ik kon ook opnieuw midden tussen de mensen gaan staan wanneer ik even terug wilde naar vroeger.

En die momenten waren goud.

Muziek. Dansen. Lachen. Mensen ontmoeten. Rondlopen zonder voortdurend bezig te zijn met wat er allemaal mis zou kunnen gaan.

Voor het eerst in jaren kon ik alles even loslaten.

Achteraf was ik een week ontzettend moe. Dat had ik ook verwacht.

Maar ik werd niet ziek.

En misschien was dat nog wel het meest bijzondere aan alles.

Tegelijkertijd was die dag ook confronterend. Want ik besefte heel duidelijk dat ik dit als "gewone festivalganger" momenteel niet zou kunnen.

Een verre parking. De hele dag door mensenmassa's moeten. Geen plek om even te ontsnappen. Grote afstanden lopen. Altijd moeten volgen wat voor iedereen voorzien is.

Dan zou mijn lichaam waarschijnlijk heel snel zeggen: klaar.

Maar doordat Kamping Kitsch bereid was om mee te denken en mij verschillende mogelijkheden gaf om mijn dag aan te passen aan wat mijn lichaam nodig had, kon iets wat jarenlang onmogelijk leek plots wél.

En misschien is dat voor mij wel de belangrijkste les van die dag.

Ik had geen festival nodig waarop mijn ziekte even niet bestond.

Ik had een festival nodig waarop er genoeg rekening mee werd gehouden, zodat ik even niet voortdurend met mijn ziekte bezig hoefde te zijn.

En dat verschil gaf mij iets terug wat ik heel lang kwijt was.

Vrijheid.

Misschien moet ik dat ene jaar waarin ik van overleven opnieuw leven wilde maken dus toch nog wat verlengen.

Want als dit soort eerste keren daar nog bij mogen komen, ben ik nog lang niet klaar.

Share